NIEUWS
11/04/2013
Avondexcursies 2013

4 en 11 juni 2013 organiseren we voor de 10e keer de avondexcursies.

geschiedenis

Eeuwenlang deed men dat met primitieve hulpmiddelen, door middel van hand- en lichaamskracht, later door rosmolens (met paardekracht dus)

 horsemolen.pngonderslagrad.png

of op waterradmolens. In een later stadium ontstond de windmolen, die in ons vlakke, winderige land veel opgang deed. Dit deed de vraag naar deze molens stijgen en hieruit volgde weer een gunstige uitwerking op de technische ontwikkeling van de windmolen. Daardoor werd zij ook voor steeds meer andere zaken, dan graan malen aangewend. Men pelde er gerst mee tot gort; destijds een bijna dagelijks gebruikt volksvoedsel. Men zaagde de boomstammen ermee tot balken, planken en latten. Zij maakten papier, zij sloegen olie uit de oliehoudende zaden zoals lijnzaad en raapzaad. Specerijen werden er gemalen en mosterd gemaakt. De volmolens bewerkten weefsels tot ons beroemde laken. Hennepkloppers bewerkten de stengels van hennep zodanig dat zij gebruikt konden worden voor de fabricage van touw en zeildoek. Het is dus niet onbegrijpelijk dat vele huidige industrieën hun oorsprong in het molenbedrijf vonden.

Als voorbeeld hiervan moge de Zaanstreek dienen, waar de vele molens aan de basis stonden van de huidige nijverheid in deze streek. En wat wij vooral niet moeten vergeten is dat het de molens waren die de grote meren, zoals Beemster, Purmer, Schermer e.d. droogmaalden en dat zij nog vrij recent de "waterhuishouding " van Nederland regelden. Het is nauwelijks voor te stellen dat er een periode was dat er zo'n 9000 molens tegelijk aanwezig waren. Nu zijn er nog maar een kleine duizend windmolens over. De oorzaken van deze teruggang zijn vele, maar de voornaamste is de komst van andere, nieuwe bronnen van drijfkracht: de stoommachine en verbrandings- en electro-motoren.

zaanstreek.jpg

Blikseminslag gevolgd door brand, zware storm en oorlogshandelingen hebben ook flink onder de molens huisgehouden en van geld en animo voor herbouw was nauwelijks sprake. Molens zijn zonder meer de meest kwetsbare categorie van het Nederlandse monumentenbezit. Het behoort dan ook een belangrijke taak te zijn van de overheid en het Nederlandse volk, dat dat minimum van circa 1 000 overgebleven molens een absoluut minimum blijft. Velen begrepen dit inmiddels en verenigden zich tot dat doel in landelijke, provinciale en lokale molenverenigingen. Naast ons eigen Gild Fryske Mounders en Stichting De Fryske Mole, is er de vereniging "De Hollandsche Molen" , die zich al sinds 1923 inzet voor het voortbestaan, malende en draaiende houden van de wind- en watermolens van Nederland en ook het het "Gilde van Vrijwillige Molenaars". De leden van dit gilde houden de molens buiten Friesland gaande, die anders tot stilstand, tot nietsdoen en ondergang veroordeeld zouden zijn. Aan de reeks: Molens, Stilstand, Verval, Restauratie, voegden alle vrijwilligers het woord "Werk" toe. Want molens moeten werken, daarvoor zijn zij gebouwd. Dankzij hen blijft Nederland molenland. Ook dankzij hen zullen wij getuige kunnen blijven van de onmisbare rol, die de molen vervult in het Nederlandse landschap met zijn wijde horizon en boeiende wolkenhemel. Voor U lezer, moge deze site een leerzame kennismaking zijn met ons "nationale handelsmerk" en vanzelfsprekend hopen wij dat U hierdoor de molen voortaan gaat "zien" en bewonderen als monument van vernuft en vakmanschap.
''